Bai babyhoedje met een leeuwenkopje, Yunnan (China)
Bai babyhoedje met een leeuwenkopje, Yunnan (China)
De 1,5 miljoen Bai vormen een van de grootste etnische minderheden in de provincie Yunnan, in het zuidwesten van China.
Dit babyhoedje, versierd met een leeuwenkopje, werd gedragen door een meisje. Volgens traditie dragen kleine meisjes rijkelijk geborduurde kleding, de zogenoemde “Goupiyi”. Deze babykleding, die een gezonde groei symboliseert, wordt door de moeder en grootmoeder gemaakt. Ze omvat onder andere hoedjes in de vorm van een feniks of een leeuwenkop.
De leeuw is een boeddhistisch symbool. Oorspronkelijk flankeerden twee leeuwen de troon van Boeddha, als teken dat zijn leer even luid klonk als hun gebrul. Volgens een boeddhistische legende bracht een leeuw een doodgeboren jong tot leven met zijn gebrul. Boeddhistische leeuwen worden vaak als koppel afgebeeld: het mannetje speelt met een bal, terwijl het vrouwtje een welp onder haar poot heeft.
Het gezicht van de leeuw op het hoedje toont drie vlinders. De vlinder is in China de “cupido”, een symbool van liefde, echtelijk geluk en vreugde, en ook van de zomer. Op de oren van de leeuw zijn twee pruimenbloesems geborduurd. Deze bloesems, die bloeien op kale takken, staan voor vrouwelijke zuiverheid en onsterfelijkheid. Ze verbeelden de winter als een van de vier seizoensbloemen en staan tevens symbool voor de maand januari.
De oren van het leeuwenhoedje zijn verder versierd met bloemmotieven, hoewel het niet duidelijk is om welke bloemen het gaat. Algemeen symboliseren bloemen blijdschap en voorspoed. Meisjes worden geacht even mooi te worden als de afgebeelde bloemen. Soms worden ze zelfs naar een bloem genoemd; een veelvoorkomende Bai-naam is bijvoorbeeld ‘Jinhua’ (gouden bloem).
Aan de voorkant van het hoedje zijn twee metalen feniksen opgenaaid. De feniks, of Fenghuang, is een mythisch dier dat ooit het symbool van de keizerin was. De vijf kleuren van zijn staartveren vertegenwoordigen de vijf deugden: goedheid, rechtschapenheid, welvoeglijkheid, wijsheid en oprechtheid. De feniksen ondersteunen pompons met metalen veertjes. Onder de feniksen bevinden zich zeven opgenaaide boeddhistische figuurtjes en twee kleine kaurieschelpen.
Op de oorflappen staan pioenen afgebeeld, een symbool van liefde, vrouwelijke schoonheid, eer en rijkdom. Net als de pruimenbloesems is de pioen een van de vier seizoensbloemen, waarbij zij de lente vertegenwoordigt.
Aan de achterkant van het hoedje zijn twee Yin-Yang-symbolen afgebeeld. Yin en Yang zijn tegengesteld, maar vullen elkaar aan, zoals weergegeven door de kleine witte cirkel in het zwarte Yin en de kleine zwarte cirkel in het witte Yang. Yang staat voor hemel, zon, licht, mannelijkheid en het ondeelbare. Yin vertegenwoordigt aarde, maan, duisternis, rust, vrouwelijkheid en het tweedelige. Tussen de twee Yin-Yang-symbolen is nog een pruimenbloesem te zien.
